Na de bevalling

Na de bevalling

De bevalling is achter de rug. Jij en je kindje gaan nu de kraamperiode in. In dit artikel vertellen we wat je kunt verwachten in de periode na de bevalling.

Checklist voor na de bevalling

Na alle hectiek van de geboorte is het altijd wel makkelijk een checklist te hebben. Wat moet er allemaal geregeld worden na de geboorte?

Zie hieronder een kort lijstje:

Aangifte van de geboorte

Als de bevalling thuis gebeurt, dan wordt de aangifte gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van je woonplaats. Als de bevalling in het ziekenhuis heeft plaatsgevonden dient de aangifte gedaan te worden in de vestigingsplaats van het ziekenhuis.

Mocht er geen vader bekend zijn, of in geval van verhindering, dan mag iemand anders de aangifte doen. Op voorwaarde dat deze persoon bij de bevalling aanwezig geweest is. TIP: Neem een legitimatie mee van degene die de aangifte doet: trouwboekje of akte van erkenning moet je wel even meenemen.

Kinderbijslag 

Wanneer je kind is aangemeld bij het bevolkingsregister van de gemeente, krijg je enkele dagen later automatisch een aanvraagformulier voor de kinderbijslag toegestuurd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Hielprik

Binnen een week na de geboorte komt er iemand (dit kan een verloskundige, wijkverpleegkundige, huisarts of kraamverzorgende zijn) bij je thuis om een hielprik af te nemen bij je baby. Ze onderzoeken dit bloed in het laboratorium op zeldzame aandoeningen. Let wel op dat je geen bericht krijgt wanneer het een goed resultaat is.

Na de bevalling

Tot ongeveer 1970 moest de vrouw direct na de bevalling een aantal dagen een sluitlaken om, dit wordt tegenwoordig zelden meer gedaan. Na de bevalling vloeit de vrouw nog ongeveer 10 dagen. Deze bloeding is veel heftiger dan tijdens een menstruatie. Na ongeveer 10 dagen neemt het vloeien af en lijkt de vloeiing wel op een normale menstruatie. Af en toe kan de vrouw pijn hebben in haar buik of in haar rug. Dat komt door de baarmoeder, die zich weer samentrekt om zijn oorspronkelijke afmetingen weer aan te nemen. De grootte van de baarmoeder wordt gecontroleerd door de kraamverzorgster en de verloskundige. Bij het geven van borstvoeding treden deze baarmoedercontracties in sterkere mate op, hetgeen het herstel bespoedigt zodat de wond die ontstaan is door het loslaten van de placenta sneller geneest en kleiner wordt. Vrouwen die geen borstvoeding geven zullen dan ook langer vloeien dan vrouwen die wel borstvoeding geven. De meeste vrouwen die borstvoeding geven zullen 3-4 weken na de bevalling niet meer vloeien. Het hoeft niet bij elke vrouw hetzelfde te zijn. Sommige vrouwen vloeien na de bevalling net zoals tijdens een menstruatie en deze periode ligt dan ook gelijk. Zes weken na de bevalling vindt er een controle plaats door de verloskundige of de gynaecoloog.

Kraamweken

Veel vrouwen krijgen op de derde of vierde dag van het kraambed de zogenaamde kraamtranen. Hiermee wordt een dag bedoeld waarbij de vrouw extreem emotioneel is en plotseling in huilen kan uitbarsten. Zo’n dag is heel gewoon en is het gevolg van alle nieuwe indrukken en alle lichamelijke veranderingen die er plaatsvinden zoals verandering in hormonen, stuwing en soms nog hechtingen. Een bevalling is zowel lichamelijk als geestelijk een enorme ervaring. Voor de meeste vrouwen geldt dat zij binnen enkele weken lichamelijk weer redelijk opgeknapt zijn. Uitzonderingen kunnen zijn als de vrouw een keizersnede heeft ondergaan, of een HELLP of pre-eclampsie heeft doorgemaakt. Lichamelijke klachten als gevolg hiervan kunnen zeker tot een jaar na de bevalling blijven bestaan. Ook geestelijk knappen de meeste vrouwen weer snel op. In het tijdsbestek van een aantal weken wordt een nieuwe ritme thuis opgebouwd en leren baby en moeder, vader en eventuele andere kinderen elkaar goed kennen. De geestelijke gezondheid van de vrouw knapt minder snel op als er complicaties waren tijdens de zwangerschap of bevalling.
Sommige vrouwen blijven geestelijke klachten houden of merken dat zij gedurende een lange tijd depressief blijven. Deze vrouwen kunnen niet blij zijn met hun baby, ze zitten niet lekker in hun vel en merken dat elke inspanning gedurende de dag eigenlijk te veel voor hen is. Zulke situaties zijn niet normaal en aandacht van de huisarts, verloskundige of gynaecoloog is noodzakelijk. Men spreekt dan van een postnatale depressie of postpartumdepressie. Een postpartumdepressie is in de meeste gevallen goed te behandelen met medicatie. Het is een lichamelijke aandoening die geestelijke klachten tot gevolg heeft. De klachten van deze vrouwen zit dus zeker niet tussen de oren. Een extreme vorm van postpartumdepressie is een postpartumpsychose waarbij zich ook waandenkbeelden voordoen.

Vrijen na de geboorte

Na de geboorte zal de baarmoeder nog meerdere weken bloeden. De kans is groot dat de vaginastreek – in het bijzonder als er een episiotomie werd uitgevoerd – gedurende die periode pijnlijk is. Er wordt aangeraden de geslachtsgemeenschap pas te hervatten indien het bloeden is gestopt, de wonde is genezen en de partners weer interesse tonen in het vrijen. Bij sommige koppels duurt deze periode drie weken, bij anderen langer dan een maand. De universiteit van Utah concludeerde uit een onderzoek onder 42 koppels, dat de gemiddelde duur tussen de geboorte en de hervatting van de betrekkingen op 4½ week lag.
Uit een ander rapport kwam naar voren dat sommige vrouwen er na de bevalling niet meer in slagen tot een orgasme te komen. Een verklaring hiervoor kan zijn, dat spanningen en vermoeidheid er voor zorgen dat men zich tijdens het vrijen niet kan ontspannen. Pas als men zich aan het nieuwe leven heeft aangepast, kan men weer meer van seksualiteit genieten.
De plotselinge afname van hormonen na de geboorte, kan er voor zorgen dat er minder vaginaal vocht wordt geproduceerd. Dit probleem kan opgelost worden door het gebruik van een glijmiddel op waterbasis.
Uit een onderzoek van het blad ‘Ouders Van Nu’ blijkt dat het eerste seksuele contact na de bevalling bij 27% plaatsvond binnen een maand, bij 41% binnen twee maanden, bij 13% binnen drie maanden en bij 9% later. 6% was nog niet opnieuw begonnen met vrijen tijdens het onderzoek. Bijna de helft van de vrouwen vond de eerste keer na de bevalling pijnlijk en een derde van hen was angstig.

 
CHECKLIST VOOR NA DE BEVALLING

Na alle hectiek van de geboorte is het altijd wel makkelijk een checklist te hebben. Wat moet er allemaal geregeld worden na de geboorte?

Zie hieronder een kort lijstje:

Aangifte van de geboorte (binnen 3 werkdagen): Als de bevalling thuis gebeurt, dan wordt de aangifte gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van je woonplaats. Als de bevalling in het ziekenhuis heeft plaatsgevonden dient de aangifte gedaan te worden in de vestigingsplaats van het ziekenhuis.

Mocht er geen vader bekend zijn, of in geval van verhindering, dan mag iemand anders de aangifte doen. Op voorwaarde dat deze persoon bij de bevalling aanwezig geweest is. TIP: Neem een legitimatie mee van degene die de aangifte doet: trouwboekje of akte van erkenning moet je wel even meenemen.

Kinderbijslag: Wanneer je kind is aangemeld bij het bevolkingsregister van de gemeente, krijg je enkele dagen later automatisch een aanvraagformulier voor de kinderbijslag toegestuurd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Hielprik: Binnen een week na de geboorte komt er iemand (dit kan een verloskundige, wijkverpleegkundige, huisarts of kraamverzorgende zijn) bij je thuis om een hielprik af te nemen bij je baby. Ze onderzoeken dit bloed in het laboratorium op zeldzame aandoeningen. Let wel op dat je geen bericht krijgt wanneer het een goed resultaat is.